image.jpeg

image.jpeg

image.jpeg

Soms gebeurt het dat je door iets wat je allang kent op een andere manier geraakt wordt. Dat overkwam mij met de liederencyclus ‘Die Winterreise’ van Schubert. In 2012 verbleef ik 2 wintermaanden in een gastatelier in Drenthe en maakte daar een begin met de Winterreis schilderijen.

De liederen gaan over de omzwervingen van de ik-persoon door een koud en onherbergzaam winterlandschap, een zoektocht naar herinneringen en sporen van een verloren liefde. Zijn reis lijkt een vlucht, op zoek naar een opening uit het doolhof van zijn verdriet. Soms droomt hij weg bij zoete herinneringen, zoals in het lied ‘Voorjaarsdroom’, die illussie is slechts kortstondig.
De dood lijkt een verlossing voor de jongeling. Dan ontmoet hij in het laatste lied de man met de draailier. Wie is deze man? Een zwerver, een verguisde figuur, een buitenstaander die aan de rand van het dorp zijn liederen ten gehore brengt zonder dat er een cent in het bakje komt. Is hij de kunstenaar, Schubert zelf, die in zijn tijd onbegrepen bleef en niet de waardering oogste die hij zo graag had gewild?
Zang en piano, composities van een ongelofelijke eenvoud, ontdaan van alle franje. En juist die uitgebeende vorm heeft zo’n uitdrukkingskracht.

De liederen waren een uitgangspunt en bron van inspiratie voor de schilderijen en tekeningen die ik van de Winterreis gemaakt heb. Het werd mijn eigen zoektocht waarbij ik beelden uit de omgeving gebruikte. Het winterlandschap van de Weerribben, de kale lindenbomen uit het dorp, het grote atelierraam. En later in Rotterdam, de terugblik op de Kralingse Plas. En de kunstenaar, wat is zijn rol? Is hij de buitenstaander die maakt wat hij wil zonder dat hij daarvan kan leven? Is hij de nieuwe ondernemer die de rotondes versiert en verzoeknummers draait? Is hij iemand die een spiegel voorhoudt en de kijker een ongemakkelijk gevoel geeft? Of is hij de zwerver die met een laptop vol ideeen de wereld rondtrekt