Notities bij een portret

image.jpeg

Twee ogen kijken. Op de grens van onderzoekend en kritisch is de blik. Het ene oog is naar buiten gericht, het andere naar binnen. De neus is ietwat naar boven geheven. Misschien is dat om nog beter te kunnen kijken? Op de wangen ligt een rood-roze blos. Het maakt het gezicht intens. Is het kijken zelf intens? Is er hier sprake van een zelfportret?

Dit portret, gemaakt van olieverf op papier laat een deel van het gezicht zien, de driehoek van neus en ogen. De achtergrond is zandkleurig met accenten van rood, roze en grijs. Langs de lijnen van neus, ogen en wenkbrauw staan blauwe toetsen. Het wit kruipt als licht over het gezicht. Dit gezicht wil je steeds dichterbij halen om het dan weer verder weg te zetten. Het wil wat, het wil ontmoeten. Het zoekt de relatie. Het roept vragen op.

Portret `Manī

image.jpeg

Wat heeft de kunstenaar gezien? Een man die ze al heel lang kent, van binnen en zeker van buiten: haar man. Wat heeft ze gezien? Wat heeft ze over hem te melden? Hoe wil ze hem zien?

Ze wil hem zien zoals hij is. Gewoon, zoals op een doordeweekse dag, net achter zijn computer vandaan of, als hij uit het raam kijkt, peinzend over wat hij ziet.

Is hij een dromer? Zo ja, dan is hij een wakkere dromer. Is hij ook een kijker? Een waarnemer? Jazeker, eentje die het wel wil weten, maar daar wel de argumenten voor nodig heeft.

De kunstenaar ziet eenderde van een man. Zijn gezicht is lang en smal. De ogen zijn bol en herbergen donkere irissen. Die zijn goed zichtbaar achter de bril met dun montuur. Hij heeft grote oogleden. Als hij slaapt moeten die opvallen. Het zijn machtige grote luiken die open en dicht gaan.
Wat opvalt, is zijn hoge voorhoofd. Hij draagt donker, golvend haar dat aan beide kanten achter zijn oren verdwijnt. Het is een mooi deel van zijn gezicht, dat voorhoofd, het is bijna de helft van zijn gezicht, daardoor oogt de neus bescheiden, smal als hij is, net als de lippen. Het licht is op de linkerkant van zijn gezicht geschilderd, de schaduwen aan de rechterzijde en de lijnvoering zijn meer aangezet. Ook het rechteroog is door de kunstenaar wat diffuus gemaakt. Er is duidelijk een linker en een rechterkant.

En dan komt alles samen in de mond. Ontspannen liggen de lippen op elkaar. Het zijn zwijgzame lippen, nu. Eromheen liggen de contouren van een zware baardgroei. Dat maakt hem uitgesproken mannelijk. In het gezicht compenseert het de hoogvlakte van het voorhoofd en de mooie rechte neus.

Hij is geschilderd met de kleuren van vlees. Huidkleurig tot en met zijn oren, voor de rest overheersen grijzen en lichtblauw, met het wit van een T-shirt.

Dit is het. Zodadelijk staat hij op en gaat iets doen. Hij draait zich niet meer om. Hij vertrouwt erop dat het goed is, dat de kunstenaar hem heeft gezien.

En de kunstenaar?

Die wil dat haar man is ontmoet.


George Vahl © 2007